De oorsprong van mensen volgens oude Sumerische teksten

Sumer ook wel het land van de geciviliseerde koningen genoemd, floreerde rond 4500 jaar voor Christus in Mesopotamië, nu het moderne Irak. Sumeriërs creëerden een geavanceerde beschaving met eigen architectuur, kunst, astronomie, wiskunde en kunst. Ook hadden ze een uitgebreid systeem van taal en schrijftechnieken. Hun religieuze systeem was complex en bestond uit honderden goden. Volgens de oude teksten werd elke Sumerische stad bewaakt door zijn eigen god. Hoewel mensen en goden samen leefden waren de mensen dienaren van de goden.

De Sumerische scheppingsmythe is te vinden op een tablet in Nippur, een oude Mesopotamische stad gesticht in ongeveer 5000 voor Christus.

De creatie van de aarde (Enoema Elisj) volgens de Sumerische tabletten begint als volgt:

Toen in de hoogte de hemel niet werd genoemd,
En de aarde eronder droeg nog geen naam,
En de oer-Apsu, die hen verwekte,
En chaos, Tiamut, de moeder van hen beiden
Hun wateren werden vermengd,
En er werd geen veld gevormd, er was geen moeras te zien;
Toen van de goden niemand was geroepen te ontstaan,
En geen droeg een naam en er werden geen bestemmingen bepaald;
Toen werden de goden in het midden van de hemel geschapen,
Lahmu en Lahamu werden geroepen geroepen te ontstaan…

De Sumerische mythologie beweert dat in het begin mensachtige goden over de aarde regeerden. Toen ze naar de aarde kwamen, was er nog veel werk te doen. De goden bewerkten de grond om het bewoonbaar te maken en om de mineralen te ontginnen.

Op een gegeven moment begonnen de goden, volgens de teksten, te muiten uit onvrede tegen hun arbeid.

Wanneer de goden als mensen waren
Verveelde het werk en leed de tol
Het zwoegen van de goden was enorm,
Het werk was zwaar, het leed was veel.

Anu, hij was de god van de goden, was het ermee eens dat hun arbeid te groot was. Zijn zoon Enki, of Ea, stelde voor de mens te maken om de arbeid te dragen, en dat deed hij, met de hulp van zijn halfzus Ninki. Een god werd ter dood gebracht en zijn lichaam en bloed werden gemengd met klei. Uit dat materiaal werd de eerste mens geschapen, gelijkend op de goden

Je hebt samen een god afgeslacht
Met zijn persoonlijkheid
Ik heb je zware werk verwijderd
Ik heb je zwoegen opgelegd aan de mens.

In de klei, god en mens
Zal gebonden zijn,
Naar een eenheid samengebracht;
Dus dat tot het einde der dagen
Het vlees en de ziel
Welke in een god zijn gerijpt –
Die ziel in bloedverwantschap wordt gebonden.

Deze eerste mens is gemaakt in Eden, een Sumerisch woord dat ‘vlak terrein’ betekent. In het epos van Gilgamesj wordt Eden genoemd als de tuin van de goden en bevindt zich ergens in Mesopotamië tussen de rivieren de Tigris en de Eufraat.

Aanvankelijk waren mensen niet in staat zichzelf voort te planten, maar werden later aangepast met de hulp van Enki en Ninki. Zo werd Adapa gecreëerd als een volledig functioneel en onafhankelijk mens. Deze ‘aanpassing’ werd gedaan zonder de goedkeuring van Enki’s broer, Enlil. En een conflict tussen de goden begon. Enlil werd de tegenstander van de mens, en de Sumerische tablet vermeldt dat mannen goden dienden en veel ontberingen en lijden doormaakten.

Adapa brak de vleugels van de zuiderwind wat Anu zorgen baarde en hij sommeerde Adapa om aan zijn hof te komen. Enki, die te weten was gekomen dat Anu Adapa naar het land der doden wilde sturen, waarschuwde Adapa niets van wat Anu hem te eten zou aanbieden op te eten. Adapa volgde de raad van Enki punctueel op en weigerde al het voedsel wat hem werd aangeboden. Anu bood hem echter niet het voedsel des doods aan maar het voedsel des levens aan. Door zijn weigering verspeelde Adapa zijn kans op onsterfelijkheid.

De overeenkomsten tussen dit scheppingsverhaal en het verhaal over Adam en Eva in de bijbel zijn groot. Toch is niet iedereen het er over eens dat het scheppingsverhaal uit de bijbel gebasseerd is op het Sumerische scheppingsverhaal.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *